Home / Werkgevers / Blog / Het fietsplan is dood – leve het fietsplan!

Het fietsplan is dood – leve het fietsplan!

Gepubliceerd op 16 mei 2019
Het fietsplan is dood – leve het fietsplan!

De ‘fiets van de zaak’ is onverminderd populair. Dat blijkt uit het feit dat veel werkgevers het fietsplan (opnieuw) aanbieden aan hun medewerkers. Met de komst van de werkkostenregeling (WKR) werd gevreesd voor de ondergang van de fiscaalvriendelijke fiets. Maar niets is minder waar. Na een aantal jaren ervaring met de WKR staat de fiets als secundaire arbeidsvoorwaarde – verkrijgbaar met belastingvoordeel via de werkgever – inmiddels weer met stip op 1! Het fietsplan is dood – leve het fietsplan!

Hoe zit het ook alweer?

Onder de WKR mag de werkgever in 2019 tot 1,2% van de totale fiscale loonsom van de gehele organisatie – de vrije ruimte – benutten voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. De werkgever mag wel zelf bepalen waar zij de vrije ruimte voor benut. Voor bepaalde posten, zoals studiekosten en arbovoorzieningen, zijn gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen gecreëerd. Deze specifieke vergoedingen en verstrekkingen gaan dus niet ten koste van die vrije ruimte. De fiets valt echter wél onder de vrije ruimte.

Een concurrerende arbeidsvoorwaarde

Naast de fiets van de zaak vallen diverse andere secundaire arbeidsvoorwaarden onder de vrije ruimte, zoals personeelsuitjes en kerstpakketten. De vrees dat veel werkgevers het fietsplan zouden schrappen om de vrije ruimte te kunnen benutten voor andere arbeidsvoorwaarden, blijkt ongegrond. FiscFree® constateert zelfs dat de meeste werkgevers de vrije ruimte van 1,2% onvolledig benutten. De fiets hoeft dus helemaal niet in het gedrang te komen. Bovendien is de fiets van de zaak erg populair. De fiscaal voordelige fiets is een concurrerende arbeidsvoorwaarde. Deze mag dus nog steeds aangeboden worden. Het énige verschil is feitelijk dat het in de vrije ruimte valt.

Meer mogelijkheden voor een fietsplan op maat

De WKR biedt dus kans op een doorstart van het fietsplan. Tegelijk vergroot zij de mogelijkheden om het fietsplan zelf vorm te geven. Onder de oude regels kende de fietsregeling diverse beperkingen:
- Er gold een maximale vergoeding van € 749 voor de fiets en € 82 voor fietsaccessoires.
- Iedere werknemer kon slechts eens in de drie jaar deelnemen aan de regeling.
- De fiets moest voor minstens 50% van de ritten gebruikt worden voor woon-werkverkeer.
Deze regels vervallen onder de WKR. Het is nu mogelijk om een fietsplan op maat aan te bieden

Werkgever bepaalt de spelregels

De werkgever kan binnen de vrije ruimte van de WKR zelf de spelregels voor het fietsplan bepalen. Dat kan op verschillende manieren. Een drietal voorbeelden:
- De werkgever handhaaft grotendeels de oude regels. Werknemers mogen dus eens in de
drie jaar een fiets aanschaffen die de werkgever tot € 749 vergoedt.
- De werkgever kan ook de regels verruimen. Zo vergoedt hij de fiets tot een hoger bedrag,
of mogen werknemers vaker dan eens in de drie jaar fiscaal voordelig een fiets aanschaffen.
- Een derde optie is een hoger maximumbedrag hanteren voor de elektrische fiets. Dit
vervoersmiddel wint aan populariteit onder werknemers die iets verder van het werk wonen.

Fietsplan: relevant, voordelig en aantrekkelijk

Dus werkgevers: kijk of het fietsplan ook voor jullie organisatie positief kan uitpakken. De administratieve lasten zijn beperkt, omdat er minder regels gelden. Bovendien kan een fietsplan nu binnen de WKR echt op maat worden aangeboden. En, wanneer het fietsplan wordt gekoppeld aan HR-thema’s, zoals vitaliteitsbeleid, duurzame inzetbaarheid of goed werkgeverschap, geeft dat de mogelijkheid om het (nieuwe) fietsplan echt in de organisatie in te bedden. Het fietsplan is dood – leve het fietsplan!